In de negentiende en twintigste eeuw hebben missionarissen van de Rooms-Katholieke Kerk (Witte Paters) een groot deel van de bevolking bekeerd tot het christendom. In 1943 bekeerde koning (mwami) Mutara III van Rwanda zich tot het christelijke geloof. Aanvankelijk steunde de kerk het idee dat de Tutsi's superieur waren ten opzichte van de Hutu's en de Twa's (Pygmeeën), maar vanaf het begin van de jaren vijftig kwam men hier radicaal op terug en speelde de Kerk een belangrijke rol bij de emancipatie van de Hutu's.
In de jaren vijftig stond Rwanda als het meest christelijke land van Afrika bekend.