De helft van het land ligt boven 3000 meter hoogte in het Tianshan-gebergte. Tot 1917 werd het land bewoond door jagers en rondtrekkende boeren. In 1936 werd Kirgizië een socialistische sovjetrepubliek. Bij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verklaarde Kirgizië zich onafhankelijk (1991) en in 1993 werd een grondwet van kracht die het staatshoofd verregaande bevoegdheden geeft.
President Akajev toont zich een voorstander van economische hervormingen, met name op het platteland. Ook steunt hij de privé-sector. Hierdoor is hij in conflict geraakt met conservatieve communisten, terwijl de hervormingsgezinde communisten hem juist steunen. De uittocht van Russen, Wit-Russen en Oekraïners (zo'n 200.000), die de belangrijkste economische bijdragen leveren, is bijzonder slecht voor de economische ontwikkelingen van het land.