Angola heeft grote minerale rijkdommen en er wordt hydro-elektrische energie opgewekt. Toch is olie, dat voornamelijk voor de kust gevonden wordt, de meest winstgevende grondstof: de inkomsten uit deze grondstof vertegenwoordigen ongeveer de helft van het BBP van het land. De opbrengsten van de olie hebben echter weinig effect op de economische situatie van het land of op het dagelijkse leven van de Angolezen, omdat reusachtige sommen geld zijn besteed aan strijdkrachten of verloren zijn gegaan als gevolg van overheidscorruptie.
De grote meerderheid van de bevolking van Angola is van Afrikaanse afkomst en veel mensen spreken een Bantoetaal; de officiële taal is echter Portugees. Toch wordt het Portugees sinds de onafhankelijkheid steeds meer gesproken. De meeste mensen kunnen de taal op zijn minst verstaan. Onder immigranten wordt daarnaast Engels en Afrikaans gesproken. Sommige mensen verstaan Frans, met name in het noorden van het land.