De vrouw van de gevierde zakenman
door Agnes Kranenburg-Bordewijk
Op zaterdag 26 oktober 2002, belde mijn man mij op, dat hij de volgende dag zondag 27 oktober zou landen met het vliegtuig om 17:30 op Schiphol. Na een geslaagde zakenreis naar Italië, keerde hij na een week weer terug met een collega. Moe, maar voldaan deed hij aan mij het verzoek om hen op te komen halen op Schiphol. 'Ja hoor, geen probleem, ik zal er zijn', antwoordde ik blij. De volgende ochtend krijg ik via radio en TV mee, dat er een weeralarm is afgegeven, in verband met een naderende zware storm. Er wordt een dringend advies gegeven, om niet de weg op te gaan als dat niet persé nodig is. Ach, ik vind het altijd wel mee vallen met dat soort waarschuwingen, ik ben niet voor een kleintje vervaard. In de loop van de middag begint het dan uiteindelijk toch wel heel hard te stormen. Omdat wij in het noorden van Nederland woonden, betrof het toch een aanzienlijke reis naar Schiphol, dus besloot ik om dan toch maar redelijk op tijd te vertrekken. De wind rukte aan de auto, maar met twee handen aan het stuur en een lekker muziekje op, ondervond ik nog geen centje pijn. Toen ik in Utrecht was, hoorde ik echter op de radio dat Schiphol werd gesloten voor het luchtverkeer.
'Chips, en nu?', zei ik hardop tegen mezelf. Tegelijkertijd ontving ik een SMS-berichtje, waarin manlief mij meedeelde, dat het vliegtuig uit zou wijken naar Hamburg in Duitsland.
Via de eerste de beste afrit verliet ik de snelweg, om aan de overkant via de oprit weer de noordelijke kant op te rijden. Ondertussen begon het toch wel te spoken op de weg, het werd steeds rustiger met het verkeer, allerlei zwerfafval vloog over de rijbaan, blaadjes etc. De ruitenwissers stonden op de snelste stand, de wind overtrof mijn radio en dus begon ik het avontuur steeds minder leuk te vinden. Het zou een aardige rit terug zijn naar Hamburg. Eénmaal de Duitse grens over, ging het er werkelijk hard aan toe. Brandweer, politie en ambulances vlogen mij om de oren op de weg. Ik werd trots op mijzelf, dat ik toch maar even als vrouw dit weer trotseerde. Mijn ogen gingen pijn doen van het turen op de weg, maar ik was blij dat ik in de auto zat en niet in dat vliegtuig. Zonder ongelukken presteer ik het om eindelijk om 20H30 uur op het vliegveld in Hamburg aan te komen. Ik zet de auto maar even weg en loop de terminal naar binnen. De vlucht staat inderdaad gepland op het aankomstbord.
Echter nadat een half uur na de aankomsttijd is verstreken, staat er plotsklaps 'geannuleerd' op het bord. 'Het zal toch niet waar zijn?', dacht ik. Een vriendelijke dame achter de balie, laat mij weten dat het vliegtuig diverse aanvliegpogingen had ondernomen, maar dat de piloot het niet aan heeft gedurfd, de landing door te zetten. Daarom is het vliegtuig uitgeweken naar
Düsseldorf! Er zat dus niets anders op, dan opnieuw in de auto te stappen en koers te zetten naar Düsseldorf! Ondertussen begon ik mij toch ook wel zorgen te maken over de toestand in het vliegtuig. Het moet geen lolletje zijn om in dat vliegtuig overgeleverd te zijn aan de aanvliegpogingen van de piloot. Het ding moet straks toch ook wel aan de grond gezet gaan worden, want hoe staat het met de brandstof? Opnieuw trotseerde ik storm en regen, maar ik wist wel dat ik na deze laatste reis, niet meer door zou zetten naar een ander vliegveld. Het werd opnieuw een spooktocht op de weg. Onvoorstelbaar en moeilijk te verwoorden, wat een weer! Ondertussen wezen de wijzers van de klok 23H20 aan en begon ik de vermoeidheid te voelen. Eindelijk arriveerde ik dan op vliegveld Düsseldorf, waar het vliegtuig inmiddels al was geland. Manlief zag er monter uit, maar zijn collega zag spierwit en was doodsbang geweest. Er had een intense stilte in het vliegtuig gehangen en af en toe hadden sommigen een gilletje geslaakt bij de landingspogingen, aldus manlief. Hij had het echter spectaculair gevonden. Het verbaasde hem niets dat ik er stond om hen op te halen. Terwijl ik toch het idee had, dat ik een topprestatie had geleverd. Mijn gevierde zakenman, stapte vervolgens zelf achter het stuur om de terug rit te aanvaarden, waar ik hem dankbaar voor was. 'Oeff!', zegt hij na een paar kilometer, 'dit is gekkenweer om te rijden!'. 'Vind je?', zeg ik. 'Ik vond het wel meevallen', kwasi cynisch erachter aan. Hij draait zich om en zegt: 'Je bent een supervrouw, bedankt!'.
Anekdotes
|